Straatverbod

Een omgangsregeling kan vaak goed gaan, maar soms leidt het ook tot problemen. In de zaak die speelde bij de rechtbank Noord-Holland ging het om een vordering van een straatverbod tegen de ex-vrouw. De vrouw was namelijk in strijd met de afspraken komen controleren hetgeen tot veel commotie leidde. De man stelde dat dit een het zoveelste incident is in een reeks van incidenten, waarmee de vrouw het gevoel van veiligheid van hemzelf maar vooral van de kinderen in gevaar heeft gebracht . Hij vorderde een straatverbod, tegen zijn ex-vrouw, en dat werd toegewezen voor een beperkte duur van 6 maanden. (Rb Noord-Holland, 18 april 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ7875).

Beoordelingskader

De rechter hanteerde het volgende beoordelingskader:

“Een straatverbod zoals gevorderd, betreft een dusdanige inbreuk op het aan een ieder toekomende recht om zich vrijelijk te verplaatsen, dat een dergelijke ingrijpende maatregel uitsluitend kan worden toegewezen indien er sprake is van zeer aannemelijke feiten en omstandigheden die een dergelijke inbreuk rechtvaardigen.”

Standpunt man

Door de man is in dit verband aangevoerd dat zich in het verleden, sinds de breuk tussen partijen, reeds meerdere incidenten hebben voorgedaan. Hij heeft daarbij verklaard dat de vrouw een vorige oppas zodanig onheus bejegend heeft dat deze heeft aangegeven niet langer als oppas te willen fungeren. Hij heeft verklaard dat hij om die reden dit keer niet met de vrouw heeft kort gesloten dat hij het weekend van 1 t/m 3 maart in het buitenland verbleef en [kind 2] bij een oppas achterliet, teneinde te voorkomen dat de vrouw opnieuw de oppas zou ‘wegjagen’. Hij heeft benadrukt dat het incident zeer grote impact heeft gehad op het gevoel van veiligheid van [kind 2], maar ook op zijn eigen gevoel van rust en veiligheid in de woning. Verder heeft hij aangegeven dat hij het vooral onbegrijpelijk vindt dat de vrouw naar zijn woning is toegegaan om poolshoogte te nemen nadat tussen partijen sms-contact had plaatsgevonden, waarbij de vrouw haar zorg had uitgesproken en hij de vrouw had verteld dat hij [kind 2] gesproken had en dat alles in orde was. Hij heeft betoogd dat hij met zijn vordering beoogt te voorkomen dat de vrouw zijn erf nog kan betreden en bij of in de woning kan komen.

Standpunt vrouw

Door de vrouw is verklaard dat [kind 2] telefonisch contact zocht met [kind 1] die op dat moment bij haar was en zei dat hij geen eten meer had omdat de eieren waren stuk gevallen. De vrouw heeft verklaard dat zij toen [kind 1]t met een doosje eieren naar de woning van de man heeft gebracht en dat zij toen [kind 2] binnen alleen aan tafel zag zitten. Aangezien zij het gevoel had dat de man [kind 2] aan zijn lot had overgelaten, terwijl [kind 2] pas 13 is, wilde zij aan [kind 2] vragen of alles wel goed was. Toen zij echter door het tuinhekje liep, richting de voordeur, kwam [kind 2] boos naar buiten en begon haar te slaan en te stompen. Zij heeft desgevraagd verklaard dat haar gevoel dat [kind 2] alleen gelaten was ook voortkwam uit de omstandigheid dat [kind 1] haar geen antwoord wilde geven op de vraag wie de oppas was. Een en ander aldus de vrouw.

Oordeel rechter

De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

“Hoewel uit de beschikking van de rechtbank van 27 februari 2013 blijkt dat partijen in die procedure hebben aangegeven dat hun onderlinge communicatie sterk verbeterd zou zijn en partijen dit ook tijdens de mondelinge behandeling in de onderhavige zaak nogmaals hebben bevestigd, is ter zitting vooral het beeld naar voren gekomen van wantrouwen naar elkaar toe. Duidelijk is dat partijen nog veel te veel vast zitten in hun rol van ex-partners en nog niet in staat zijn op het niveau van ouders van hun gezamenlijke kinderen met elkaar te praten. Partijen maken daarbij elkaar over en weer verwijten zonder er blijk van te geven in te zien dat zij zelf ook een aandeel in de gebeurtenissen hebben. De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat partijen toch blijven werken aan het (verder) verbeteren van hun onderlinge communicatie, in het belang van hun kinderen.

4.5 Ten aanzien van het incident in het weekend van 2/3 maart jl. is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw de grens van het toelaatbare heeft overschreden. [kind 2] verbleef op dat moment bij de man en indien de man ervoor kiest [kind 2] onder de hoede van een oppas achter te laten is hij daarin vrij. De vrouw heeft over de gang van zaken in de woning van de man niets te zeggen. Uiteraard kan van de vrouw niet verlangd worden dat zij haar moedergevoelens uitschakelt, maar zij had over haar zorgen reeds sms-contact met de man gehad en die had haar verzekerd dat alles in orde was. Het was niet aan haar om vervolgens te gaan controleren of dat wel klopte. Door die handelwijze heeft zij een escalatie veroorzaakt die zeker op [kind 2], maar ook op de andere kinderen, een grote impact heeft gehad. Zeker in het licht van de overwegingen in de beschikking van de rechtbank van 27 februari 2013, die nog maar enkele dagen daarvoor was afgegeven, en waarin is overwogen hoe kwetsbaar [kind 2] op dit moment is, had de vrouw [kind 2] met rust moeten laten en zich niet in de richting van de woning moeten begeven.

4.6 Aangezien de vrouw hiervan ter zitting niet doordrongen leek (zij handelde immers alleen uit haar gevoel als moeder) ziet de voorzieningenrechter aanleiding de vordering van de man toe te wijzen op de wijze als hierna te vermelden, teneinde gelijksoortige incidenten in de toekomst te voorkomen.”

< Terug naar Meer informatie straatverbod regelen
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden