Huiselijk geweld

Onder huiselijk geweld wordt onder meer verstaan de mishandeling van de levenspartner, of de kinderen. In het Wetboek van Strafrecht is huiselijk geweld dan ook strafbaar gesteld in artikel 300 en 304:

Art 300 Sr: Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

Art 304 Sr: De in de artikelen 300 - 303 bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd ten aanzien van de schuldige die het misdrijf begaat tegen zijn moeder, zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, zijn echtgenoot, zijn levensgezel, zijn kind, een kind over wie hij het gezag uitoefent of een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin


Huisverbod onvoldoende
In veel gevallen wordt bij huiselijk geweld tegenwoordig ook bestuursrechtelijk opgetreden door aan de verdachte een huisverbod op te leggen. Een huisverbod heeft tot gevolg dat de gewelddadige persoon enige tijd niet in de (gezamenlijke) woning mag komen en ook geen contact met u, als levenspartner, mag opnemen.

Het huisverbod geldt echter voor maximaal 28 dagen, en is primair bedoeld om rust te krijgen in de thuissituatie. In de praktijk zien we dat deze 28 dagen vaak niet voldoende zijn. Aanbevolen wordt daarom om direct ook via de civiele rechter een straatverbod en/of contactverbod aan te vragen. Op deze wijze kan worden bewerkstelligt dat u met rust wordt gelaten, en dat u niet hoeft te vrezen opnieuw slachtoffer te worden van huiselijk geweld.

Enkele tips voor het bewijs
Bij vorderingen van straat- en contactverboden gaat het telkens om een afweging van ieders belangen. Voldoende is dat er een gerechtvaardigde vrees bestaat dat de gedaagde partij de persoonlijke vrijheid van u niet zal respecteren en daarop keer op keer inbreuk zal maken, wat u hindert en tot last is.

In zaken van huiselijk geweld is het vaak eenvoudiger om het bewijs te leveren van de mishandelingen, waardoor de kans op een straat- en/of contactverbod wordt vergroot. Vaak ligt er een aangifte tegen de geweldpleger, welke verklaring kan worden gebruikt voor het bewijs van huiselijk geweld.

Huiselijk geweld levert vaak voor het slachtoffer ook psychische en/of lichamelijke problemen op. Het is ook niets wanneer u langere tijd frequent wordt lastig gevallen. Voor uw bewijspositie kan een verklaring van uw huisarts of een psycholoog uitkomst bieden. Dit is niet verplicht, maar versterkt bij de rechter wel het beeld dat u lijdt, of hebt geleden als gevolg van het toegepaste huiselijk geweld.

Voorts is het belangrijk dat u overzichtelijk, gedetailleerd en in chronologische volgorde in een schriftelijke verklaring weergeeft wat er allemaal in de loop der jaren is gebeurd qua huiselijk geweld. Deze verklaring kan worden gebruikt voor het bewijs.

Ook handgeschreven en ondertekende verklaring van getuigen kunnen bijdragen aan het bewijs van het huiselijk geweld. Belangrijk is dat de getuige per incident duidelijk beschrijft wat hij/zij heeft gezien of gehoord en ook duidelijk vermeld waar en wanneer ieder incident plaatsvond. De verklaringen moeten zo gedetailleerd mogelijk zijn. Op de verklaring dient de getuige, naast zijn handtekening, ook zijn volledige naam, adresgegevens en telefoonnummer vermelden.

Tot slot wordt geadviseerd om waar mogelijk aangifte te doen, of in ieder geval melding te doen bij de politie. U krijgt vaak een kopie van de aangifte mee. Deze moet u goed bewaren! Meldingen kunnen worden opgevraagd bij de privacyfunctionaris binnen uw politieregio.

 

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn