Beoordelingskader straatverbod en/of contactverbod (eiser)

Een straat- en contactverbod maakt inbreuk op de fundamentele grondrechten van een persoon nu degene aan wie deze verboden worden opgelegd wordt ingeperkt in zijn recht om zich vrijelijk te bewegen en zijn recht op vrije meningsuiting en het hebben van contact met een ieder. Het maakt inbreuk op het in art. 12 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBP) erkende grondrecht van bewegingsvrijheid, en het in artikel 8 EVRM vervatte grondrecht op een ongestoord leven, zonder onnodige bemoeienissen door de overheid. 

Recht op ongestoord leven

Anderzijds heeft de ander ook recht op een ongestoord leven. Ingevolge artikel 8 lid 2 EVRM, kunnen de hier genoemde grondrechten worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming en van de rechten en vrijheden van anderen. Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitoefening van de grondrechten onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW geacht moeten worden. Voor een antwoord op de vraag of de uitoefening van de grondrechten onrechtmatig is, moeten de wederzijdse belangen van partijen worden afgewogen. Welk belang de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen. 

Stelselmatige inbreuken

Een straat- en contactverbod kan aan een persoon worden opgelegd indien er stelselmatig inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. In artikel 8 EVRM is het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer geregeld dat niet alleen voor de beklaagde geldt, maar zeer zeker ook voor de eisende partij. In het eerste lid is hierover het volgende opgenomen: “Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie”

Afweging belangen

Ieder mens heeft het recht om verschoond te blijven van ongewenste contacten met een ander, welk recht zwaarder dient te wegen dan het belang van die ander om zich zonder enige beperking vrij te kunnen nemen bewegen. De persoonlijke vrijheid van een ieder vindt zijn grens in de persoonlijke vrijheid van een ander. De persoonlijke vrijheid van een ieder om contact op te met wie hij wil, vindt zijn grens waar de eisende partij aangeeft dat absoluut niet te willen omdat hij daar overlast van ondervindt. De vrijheid van de één mag zonder gegronde reden niet ten koste gaan van de ander.

Bij vorderingen van straat- en contactverboden gaat het dus telkens om een afweging van ieders belangen. Voldoende is dat er een gerechtvaardigde vrees bestaat dat de gedaagde partij de persoonlijke vrijheid van u niet zal respecteren en daarop keer op keer inbreuk zal maken, wat u hindert en tot last is. Los van de vraag of en in hoeverre daadwerkelijk inbreuk is gemaakt op de persoonlijke vrijheid, is het bestaan van de gerechtvaardigde vrees dat de gedaagde partij op enigerlei wijze contact zal opnemen voldoende om een contact- en straatverbod op te leggen.

> Meer informatie Wet- en regelgeving straatverbod en contactverbod

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden